Cipollate Catanesi, wanneer je het met een half oog leest, denk je misschien dat deze gegrilde lente-uien uit Catalonië komen. Dat had zomaar gekund. Daar hebben ze tenslotte hun eigen lentefestival voor de calcot. Maar nee, Catanesi betekent van Catania, de tweede stad van Sicilië. Strategische aan de oostkant van het eiland gelegen, dicht bij de laars.

Siciliaans Streetfood

Sicilië neemt een aparte plaats in binnen de Italiaanse keuken. Dit karaktervolle eiland is verrassend genoeg vaak veroverd, ingenomen en overheerst. Dat proef je in de lokale keuken. Je vindt er, met enige moeite, Franse, Spaanse en Arabische invloeden in terug. Maar de uitbuiting van dit immer arme eiland, heeft ook gezorgd voor een rijk arsenaal aan streetfood. Daar staat Sicilië binnen Italië om bekend. ‘Arrusti e gratuita’ (stop en gratis) zoals men de straatkraampjes noemt, serveren goedkope waar.

Cipollate Catanesi
This Photo of Restaurant Carlo_V in Catania is courtesy of Tripadvisor

Niet al die gerechten zijn naar ieders smaak. Vaak bevatten ze ‘quinto quarto’, zoals men orgaanvlees of de restanten van de slacht in Italië noemt. Laten we beleefd zeggen dat ze in Sicilië daar nog eens de goedkoopste delen van gebruiken. Zoals milt. Pane con la Milza (‘pani cà meusa’ in het lokale dialect) is een populaire snack, die door straatverkopers langs de kant van de weg wordt geserveerd. Het is een broodje met gefrituurde rundermilt, een schijfje Siciliaanse citroen en wat geraspte caciocavallo kaas. Ook stigghiola komt uit dezelfde arme hoek, het zijn lams- of kalfsingewanden. Gekruid met peterselie en ui en daarna gegrild. Waarschijnlijk allemaal iets te authentiek voor de gemiddelde toerist.

Cipollate Catanesi

Gelukkig kent de Siciliaanse straatkeuken ook minder eigenzinnige gerechten. De genoemde Cipollate Catanesi is een uiterst eenvoudig gerecht. Maar ook reuzelekker. Het heeft de tijd en toegenomen welvaart met vlag en wimpel doorstaan. Het zijn niet meer dan dunne lente-uiten omwikkeld met pancetta, het bekende gekruide buikspek uit Italië. Op straat roostert men dit gerecht op de barbecue in tien minuten gaar. Mocht de Nederlandse zomer even wat minder zonnig zijn. Dan kan je ze ook moeiteloos in een voorverwarmde oven bereiden. 20 minuten op 180 graden. Besprenkel ze met peper en zout en serveer ze warm.