Het mooie Asturië, officieel een prinsdom, staat culinair een beetje in de schaduw van buurregio’s baskenland en  Galicië. De toevoeging Gallega (Galicisch) aan gerechten staat, zeker in Spanje, bijna gelijk aan een kwaliteitskeurmerk. Denk aan Rubia (runderen) of Pulpo (octopus), zijn de gerechten uit Asturië buiten Spanje minder bekend. Dat is niet helemaal terecht. Asturië heeft haar eigen runderrassen (Raza Asturianas) in de bergen en de dalen en dezelfde zeevruchten uit de rijke baaien. En als toegift, betere kazen (cabrales) dan de buurman.

fabada
Bron: www.tripadvisor.ie

Fabes de la Granja

De grote regionals trots is zonder twijfel ‘fabada’, een stoofschotel vernoemd naar de mooie lokale witte bonen ‘fabes de la Granja’. Fabada is in de verte vergelijkbaar met de bekendere bonenschotel Cassoulet uit de Franse Languedoc. Een soort Spaanse neef. Sommige historici beweren dan ook dat deze stoofschotel door Franse Pelgrims op hun voettocht naar Santiago de Compostella is geïntroduceerd. Ze kookten tussen hun passage een eigen potje met toentertijd goedkope lokale ingrediënten. Alles wat maar voorhanden was.

Fabada Asturianas

De Asturische versie wordt gemaakt met twee soorten worst (bloedworst en chorizo), varkensvlees, saffraan (azafrán) en de tegenwoordig kostbare ‘fabes’. Denk aan twintig euro de kilo. Deze grote witte bonen zijn boterig, zowel qua structuur als van smaak. Tijdens het stoven nemen ze, net als de rijst bij paella, de smaak op van alle toegevoegde ingrediënten. Uit ervaring weet ik dat het stevige kost is, dat ongevraagd uitnodigt tot een kleine siësta. Asturië heeft dan ook niet het klimaat van een Spaanse ‘costa’. Je drinkt deze maaltijd niet met wijn, maar met de plaatselijke ‘sidra’ (cider). Die verrassend genoeg niet mousserend is, maar slechte lucht krijgt door het traditionele hoge inschenken.